Gemeentelijke heffingen stijgen met 6,5 procent

De onroerendezaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de parkeergelden zijn de vier heffingen die gemeenten het meest opbrengen. Samen zijn ze met 13,0 miljard euro goed voor 84,7 procent van de totale begrote heffingsopbrengsten. Van deze vier heffingen stijgt de verwachte opbrengst van de parkeergelden met 8,8 procent het sterkst, gevolgd door de ozb (6,3 procent).

Andere gemeentelijke heffingen zijn onder andere de toeristenbelasting, bouwleges, secretarieleges (leges voor onder andere rijbewijzen, reisdocumenten en huwelijken) en overige leges. 

De begrote opbrengst uit de ozb stijgt in 2026 naar 6,3 miljard euro. De groei is minder groot dan in de voorgaande drie jaren. Drie factoren hebben invloed op de hoogte van de ozb-opbrengst: de WOZ-waarde, het aantal panden en de tarieven. De tarieven worden door de gemeenteraad vastgesteld.

Van de vier grote steden stijgt de verwachte ozb-opbrengst in Utrecht het sterkst, met 9,7 procent. In Rotterdam en Amsterdam bedraagt de verwachte stijging achtereenvolgens 5,6 procent en 5,5 procent, terwijl deze in Den Haag het laagst is met 2,6 procent. In Amsterdam zijn de tarieven voor woningen verlaagd en voor niet-woningen verhoogd. Mede hierdoor dalen de begrote opbrengsten uit de ozb voor woningen en stijgen de ozb-opbrengsten voor niet-woningen in de hoofdstad.